In mijn zaak wordt herhaaldelijk contact opgenomen met de zaaksofficier, zo ook door Sidney Smeets, die de officier aanschreef om zijn aangifte in Oost te laten koppelen (op vermeend aanraden).
Dit weet ik, omdat ik in eerste aanleg zelf mijn verdediging in de kortgedingzaken heb gevoerd en daarom de producties onder ogen heb gehad.
In deze zaak wordt geen bezwaar gemaakt tegen het mailen naar de officier door mijn tegenpartij. Kan en gebeurd dus.
Op enig moment besloot ik de officier in mijn zaak dus ook van het één en ander op de hoogte te stellen, waarop hij terugschreef dat ik stukken via de officiële route moest indienen en hem niet meer moest mailen.
Hierop heb ik weer geantwoord dat mailen vrijstaat en dat aangevers dat veelvuldig doen, ook inzake de vermeende overtreding van de gedragsaanwijzing.
Carlo Dronkers zou er in deze dus voor kunnen kiezen mijn mails gewoon onder ogen te zien en er niet op te antwoorden, gezien het mij inderdaad (ook) vrijstaat.